Bloedverdunners verdunnen je bloed niet
Bloedverdunners verdunnen je bloed niet.
Het klinkt alsof er water bij je bloed komt. Maar dat gebeurt helemaal niet. Wat doen bloedverdunners dan wél, en waarom heten ze zo?
Bijna iedereen kent wel iemand die "bloedverdunners" slikt. Een opa na een hartinfarct, een tante na een trombosebeen. Maar de naam zet ons op het verkeerde been.
Het misverstand
Het woord "verdunner" doet denken aan verf die je met water dunner maakt. Je zou verwachten dat je bloed waterachtiger of minder dik wordt. Maar de dikte van je bloed blijft vrijwel hetzelfde. Bloedverdunners grijpen ergens anders in: op de stolling.
Dunner bloed
Water erbij, minder stroperig.
Tragere stolling
Je bloed klontert minder snel samen.
Eerst even: hoe stolling werkt
Je lichaam is een geniale wondhersteller. Bij elk sneetje of elke stoot gebeurt dit, binnen seconden tot minuten:
Een vaatje raakt beschadigd
Je lichaam slaat direct alarm.
Bloedplaatjes plakken samen
Ze klonteren op de plek van de wond en vormen een eerste prop.
Stollingsfactoren bouwen een net
Eiwitten maken een stevig netwerk van fibrine. Het stolsel is klaar, het bloeden stopt.
Dat is levensreddend bij een wond. Maar als er een stolsel ontstaat waar het niet hoort, bijvoorbeeld in een bloedvat in je been, hart of hoofd, kan dat juist gevaarlijk zijn. Daar komen "bloedverdunners" in beeld.
Twee soorten, twee ingangen
Trombocytenaggregatieremmers
Ook wel plaatjesremmers. Ze remmen dat bloedplaatjes samenklonteren.
Anticoagulantia
Antistollingsmiddelen. Ze remmen de stollingsfactoren die het net bouwen. Bij acenocoumarol en fenprocoumon gebeurt dat door de werking van vitamine K tegen te gaan, daarom heten ze ook vitamine K-antagonisten. Bij deze middelen houdt de trombosedienst je stollingswaarde in de gaten.
Waarom dan toch die naam?
In de volksmond noemen we iets "dun" als het minder stroperig of kleverig aanvoelt. Omdat het bloed minder snel klontert, stroomt het soepeler door de vaten. Dat vóelt als dunner, en zo is de naam ontstaan.
Artsen en apothekers zeggen daarom liever: antistollingsmiddel. Het verandert niets aan de vloeistof zelf, alleen aan het stollingsproces.
Waarom dit ertoe doet: ook supplementen praten mee
Omdat stolling zo'n fijn afgesteld proces is, kan wat je erbij neemt de balans verschuiven.
Vitamine K
Speelt zelf een hoofdrol in de stolling. Bij acenocoumarol en fenprocoumon kan een plotselinge verandering in je vitamine K-inname (via supplementen, maar ook via grote hoeveelheden groene bladgroenten) je stollingswaarde beïnvloeden. Daarom staat er op onze Touch of Ra (met vitamine K2) een duidelijke waarschuwing.
Ook opletten bij
CBD, ginkgo en hoge doseringen visolie. Gebruik je een bloedverdunner? Bespreek dan elk supplement eerst met je arts, apotheker of trombosedienst.
De gouden regel: stop of wijzig nooit zelf
Bloedverdunners krijg je met een reden: ze kunnen een beroerte, longembolie of nieuwe trombose voorkomen. Pas niks aan zonder je arts. Neem bij twijfel gerust het etiket van je supplement mee naar je apotheek.
Kennis is kracht. Overleg is wijsheid.
Liever weten hoe jóuw lichaam ervoor staat?
Met De APK, onze bio-energetische check-up in Gorinchem of Urmond, brengen we in kaart waar je lichaam om aandacht vraagt. Complementair, en altijd naast je arts.
Plan je APK →- Trombosestichting: Brochure antistollingsmiddelen
- Apotheek.nl: Acenocoumarol (informatie)
Dit artikel is bedoeld als algemene informatie en is geen medisch advies. Stop of wijzig nooit zelf je medicatie. Twijfel je over je gezondheid of je medicijnen? Raadpleeg je arts of apotheker.
